Mijn herinnering aan Petra en Wim

Petra en Wim zijn inmiddels alweer enkele decennia niet meer onder ons. De wereld waarin zij leefden is totaal niet meer te vergelijken met de wereld van nu. Er was toen nog geen internet, geen mobiele telefoon en het was veel rustiger. Een reis naar het buitenland was nog iets bijzonders. Ik heb mijn ouders meegemaakt tot en met mijn 9e jaar. Een korte tijd, maar wel lang genoeg om hen enigszins te leren kennen. Veel herinneringen heb ik niet, maar genoeg om een beeld van ze te vormen. Al kan het goed zijn dat ik mijn beeld door de jaren heen heb bijgesteld door verhalen van anderen. Het belangrijkste wat ik heb meegekregen is dat ze van ons hielden. Dat kun je ook wel opmaken uit de jeugdfoto’s. Verjaardagen en de feestdagen werden altijd uitbundig gevierd. Ze waren eenvoudige en hartelijke mensen bij wie de deur altijd openstond.

Mijn vader Wim was een rustige en tevreden man. Hij werkte veel en hard maar hij was ook graag thuis bij zijn gezin. Hij zei nooit zoveel, alleen als hij het nodig vond. Zijn grote hobbies waren auto’s en voetbal. Sport kijken deed hij graag maar hij voetbalde ook zelf bij Reusel Sport. En hij hield van mooie auto’s. Vlak voor zijn dood had hij nog een nieuwe Toyota Corolla gekocht. Hij was wel een gezinsman maar toch heb ik nooit een echt goede klik met hem gehad. Hij was niet erg communicatief en hij begreep mij volgens mij ook niet, als gevoelig jongetje die heel andere interesses had. Soms was ik ook een beetje bang van hem, want ik kreeg van hem niet de bevestiging die ik nodig had. Met mijn broer Rob kon hij beter overweg. Ik trok veel meer naar mijn moeder.

Mijn moeder Petra was de sfeermaker in huis. Ze was spontaan, hartelijk en emotioneel. Ze kon heel direct zijn als het moest. Maar ze kon ook haar buien hebben, en wispelturig zijn. Echt de tegenpool van mijn vader die in alle omstandigheden rustig bleef. Ook omdat ze veel meer thuis was, heb ik met haar een hechtere band ontwikkeld. Je kan wel zeggen dat ik een moederskindje was. Zij begreep me beter. Ik was graag thuis en bleef veel binnen zitten om te lezen. Buiten spelen deed ik niet veel. Wel ging ik graag naar school want ik was heel leergierig. In de middagpauze liep ik altijd naar huis om thuis te eten. Mijn moeder stond me dan altijd op te wachten. Soms hoefde ik zelfs niet op de bel te drukken. Als ik weer terug ging naar school zwaaide ik altijd even op de hoek van de straat. Ze zwaaide dan terug en wachtte altijd totdat ik de hoek om was. Dat uurtje thuis was altijd een fijn moment van de dag. Tot de bewuste dag dat ik aanbelde maar er niemand open deed. Dat was heel vreemd want mijn moeder was er echt altijd.

De buurvrouw van 3 huizen verder wenkte me toen. Mijn broer was er al. Ze was heel verdrietig maar wilde niet zeggen wat er aan de hand was. Pas na een hele tijd zei een vrouw uit de buurt dat ze een ongeluk hadden gehad. Wij schrokken en wilden natuurlijk meteen naar ze toe. Meteen daarna was ze eerlijk en kwam het hoge woord eruit: ze waren beiden omgekomen bij een auto ongeluk. Dat was een verschrikkelijke schok. Eerst was er hevig verdriet maar al snel daarna schoot ik in de verdringingsmodus: ik wilde weer naar school, alsof er niks aan de hand was. Het was teveel om te bevatten. Pas veel later kon ik dit verlies goed verwerken.

Terugkijkend kan ik zeggen dat het een fijn gezin was. Ik voelde me er veilig en geborgen, tot de grote klap. We zullen nooit weten hoe het was gelopen als ze nog hadden geleefd. Waren ze nog bij elkaar gebleven en hoe had de band met hen zich verder ontwikkeld? Ik denk wel dat ze met hun tijd waren meegegaan, want voor die tijd waren ze best modern. Ze waren niet streng voor ons of voor zichzelf, en ze genoten van het korte leven dat ze gegeven was.

Ik zal altijd met dankbaarheid terugdenken aan die tijd en alles wat ze voor ons hebben betekend.

Harald

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Reageerx
()
x